Ansons Bay, Bay of Fires, Policemans Point 1-2-2006 t/m 5-2-2006
Champagne en wijnglazen 6-2-2006
Maria, oh, Maria 7-2-2006
Duur brandhout - Tasman National Park, Fortescue Bay 8-2-2006
Hobart 10-2-2006
Ansons Bay, Bay of
Fires, Policemans Point 1-2-2006 t/m 5-2-2006



Oost Tasmanië is zo enorm indrukwekkend mooi, dat ik de plaatjes moet
laten spreken want woorden schieten tekort. Om Bay of Fires te bereiken
moeten we heel wat hobbelen op dirt roads. Ik zit met samengeknepen
billen naar alle gaten en ribbels in de weg te staren, genaamd 'rugs',
well ruk the rugs, zullen we maar zeggen. De Isuzu rammelt natuurlijk
van alle kanten en ik doe elke keer een schietgebedje dat we ons
huisje
maar niet kapot rijden met al dat gestuiter. Coert trekt zich nergens
wat van aan en doet net alsof hij een 4 wheel drive rijdt. Jackie valt
van al dat gehobbel natuurlijk gewoon in slaap. We parkeren onze camper
pal aan de jade groene baai op de bushcamping. Wat een geweldige plek,
het lijkt wel of we op de Malediven zijn aangekomen!! Als ik in de
namiddag in mijn eentje mijn dagelijkse hardlooppoging onderneem,
overvalt de stilte me. Het is zo gek eigenlijk, wij (meisjes in het
Westen) zijn opgevoed ons onveilig te voelen op afgelegen stukken, waar
niemand je kan horen of zien. De Aussies vertellen me keer op keer hoe
heerlijk ze het vinden als ze ergens alleen zijn en voelen zich onveilig
in de grote stad met zoveel mensen om hun heen, waar altijd wel één gek
tussen zit, toch? De weergoden zijn met ons als we de volgende dag
ontwaken met strakblauwe lucht en de hele dag luieren aan het strand. We
hebben op en top vakantiegevoel. Dat klinkt wellicht raar, maar zo
iedere dag reizend (met kind) brengt toch meer huishoudelijke
beslommeringen met zich mee dan ik van tevoren niet had kunnen bedenken. Elke
morgen voor 10 uur inpakken & wegwezen, boodschappen doen, koken,
wassen, 24 uur per dag Jackie opvoeden, onderhoud aan de Isuzu, de
poepkoffer legen (nou ja die
zijn voor Coert dan), etc. Met pijn in mijn hart neem ik de volgende dag
afscheid, wat een bijzonder mooie plek op aarde.
Champagne en wijnglazen 6-2-2006

Na regen en storm langs
de verdere oostkust, komen we met zon aan in het Freycinet National
park. Wij spreken uit als Freixenet (ja van de champagne) aangezien de
baaien prachtige namen hebben als Sleepy, Promise en Wineglass Bay. Het
is hier eigenlijk best druk en we hiken naar het uitkijkpunt met veel
aanmoediging van de medelopers. Iedereen is altijd zo onder de indruk
van Jackie met haar kleine sterke beentjes. Inmiddels heeft Jackie ook
een bijnaam, want alle mannelijke Aussies noemen je 'little blondy'. Als
de zon goed doorkomt voelen we de enorme stralingswarmte pas echt, de
zon brandt enorm met UV 10 (op de schaal van 10). Vanaf de top zijn de
baaien zo waanzinnig spectaculair dat ze de gekozen namen eer doen.
Helaas gaat mijn vocabulaire niet verder dan aquablauw en jadegroen.
Gelukkig is het kleurpallet van Coert zijn camera zeer uitgebreid en
onuitputtelijk. We overnachten in het National Park en genieten op mijn
verjaardag nogmaals van al het pracht en praal met een kop koffie op het
terras van het oh zo luxe Freycenet
Lodge (á $ 300 per nacht). Van Coert
krijg ik het liefste cadeau, een dagje 'vrij' en ik kies Hobart voor de
nodige kapper en een dagje lekker struinen door de stad. Mijn
vriendinnen hebben een envelop boekje in elkaar geklust voor onze reis en
op speciale dagen mogen we een envelop open maken, wat natuurlijk super
is omdat het tot het einde van de reis meegaat en spannend blijft. Ik
lees een superlief kaartje met $ 50 voor een massage/kapper/etc. Goh wat
kennen ze me toch goed! Als we een paar dagen later weer bewoond gebied
inrijden en we ontvangst hebben met Vodofone staat mijn voicemail vol
met lieve felicitaties.
Maria, oh, Maria 7-2-2006
Om op Maria Island te belanden, moeten we heel wat ondernemen. Ja, als
je dan toch van een eiland (Australië) op het eiland zit (Tasmanië), dan
wil je ook wel een eiland verder. In een supersuf plaatsje overnachten
we om de volgende dag de pont te nemen naar Maria Island. Ik krijg erg 'Chili-gevoel'.
Als ik dat een paar dagen later tegen de kapper zeg, zegt ze dat veel
toeristen die vergelijking maken. In dit gebied is overigens heel veel
Nederlandse geschiedenis (voor de geďnteresseerden onder ons). We hebben
gelukkig de fietsen meegenomen voor onze dagtocht om toch nog een deel
van het eiland te kunnen zien. Je kunt ook heel primitief overnachten
(wel álles zelf meenemen, er is daar niets te krijgen). Als een mevrouw
met Nederlandse afkomst ons aanspreekt met de vraag waarom we niet
blijven overnachten, antwoord ik 'nee, te stil'. Nou ja dat is zoiets
als tegen een Nederlander te antwoorden 'nee, te zonnig' op de vraag
waarom hij niet naar Zuid-Europa op vakantie gaat. Oké dit
cultuurverschil is nu wel duidelijk. Op Maria Island zien we voor het
eerst de grillige prachtige natuurverschijnselen die limestone met zich
meebrengt, genaamd de 'painted cliffs'. Limestone is gevormd doordat

miljoenen jaren skeletten (vooral van vis) op elkaar zijn gedrukt en is
zeer gevoelig voor water; zowel poreus als dat het makkelijk verkleurd.
De prachtige ocean road die we straks vanaf Melbourne naar het Westen
gaan rijden is ook gevormd door limestone. Water kan er vanaf onder bij,
wat door afbrokkelen 'bruggen' maakt. Als die ook weer instorten
ontstaan grillige opstaande pilaren zoals de 12 Apostels (die overigens
ook weer instorten, want er staan er inmiddels nog 8?). Maar water
sijpelt er soms ook ín, waardoor stukken land zomaar instorten en
geweldige gaten veroorzaken ook wel 'sinkholes' genaamd, waar de
Australiërs dan direct tuinen in aanleggen. Het is dus nogal een
gevaarlijk goedje dat limestone, maar brengt wel heel wat toeristische
attracties met zich mee. We fietsen overigens de rest van de middag nog
wat langs de kust, maar durven niet al te ver want we willen weer mee op
de pont terug op weg naar het volgende Nationale Park. We hebben bij
aankomst een pas gekocht waarmee we alle parken mogen bezoeken en hebben
de ambitie er toch zeker 10 van de 15 aan te doen! De terugtocht wordt
opgeleukt door dolfijnen aan de boeg, altijd raak, wat blijven die
dieren toch een vreugde brengen (bij iedereen op de boot overigens,
incl. kapitein).
Duur
brandhout - Tasman National Park, Fortescue Bay 8-2-2006
't Is maar goed dat we al een beetje ingehobbeld zijn, want de dirtroad
naar Fortescue Bay is zo slecht dat de weg volgens mij niet het
predikaat dirtroad 2 wheel verdiend, maar gewoon een ordinaire 4 wheel
drive lijkt. Wederom met samengeknepen billen en Jackie's slapend
hoofdje op schoot, dendert Coert de berg af richting park (dat wordt nog
lachen straks terug bergopwaarts). Als we ons willen melden bij de
ranger voor een slaapplaats, blijkt dat we bijna een fiets verloren
zijn. Wonder boven wonder hangt die nog achter de wagen en is die niet
kapot (helaas wel wat krasschade aan de Isuzu). We vinden een prachtige spot in
het bos met uitzicht op de baai en ontmoeten Kees (ja, Hollandse
afkomst), de caretaker van de bushcamping. Hij maakt een praatje met ons
en vertelt ons dat we geen hout mogen sprokkelen. Natuurlijk heeft hij
toevallig een mooi partijtje droog brandhout achter in z'n pick-up
liggen, dat we kunnen kopen voor $6 (leuke sitebusiness, Kees!). Hij
belooft mooi weer als onderdeel van de verkooptruc. We lachen o
ns rot om
deze grapjas, maar willen graag een paar dagen blijven en we hebben een
mooie vuurplaats, dus ik gooi de kleingeld pot om. Ik zal je krijgen, $6
dollar voor een beetje hout dat overal om ons heen te vinden is. Hij
vertelt ons waar de pinguďns 's avonds te land gaan (die en die track
vanaf het strand en dan ter hoogte van de omgevallen boom met het
nest jonge pinguďns). Goedgemutst vertrekken we voor zonsondergang langs
het strand op zoek naar die en die track en ja vervolgens op zoek naar
de omgevallen boom. Jackie zoekt naarstig mee naar het nest en vindt
natuurlijk vanaf haar lage ooghoogte als eerste de baby pinguďns. Wat is
ons meisje trots. Met een paar andere Aussies zitten we stil urenlang te
wachten. Als we het bijna opgeven en willen vertrekken vechten een
handje vol pinguďns zich door de branding de rotsen op. Coert sneakt
naar ze toe en overvalt ze met flitslicht (nou, nou moet dat nou).
Gelukkig eindelijk heeft hij zijn plaatje kunnen schieten van de
schuchtere diertjes. In het donker zoeken we onze weg terug naar het
strand. Jackie speelt gids en schijnt ons bij met de zaklantaarn
bovenop Coert zijn schouders. Poeh, wat krijgt ze een praatjes. Vanaf
die dag, telkens als we ergens lopen en we zien een omgevallen boom,
roept Jackie heel schattig met haar vingertje voor haar mond, "Sschtt,
baby pinpin".
's Nacht regent het pijpenstelen en ja, ons hout ligt buiten nat te
worden. We proberen die morgen nog een hike met regenjas en al op
modderige glibberige rotsen omhoog, maar geven het na een uurtje op. We
keren halverwege terug en besluiten direct maar naar Hobart te
vertrekken. Coert overweegt serieus nog om het natte hout in de camper
te gooien. No way, José. In ieder geval hebben de volgende kampeerders
een droomspot mét hout en al. Nou dat had je gedacht, Kees komt v
ast dat
hout weer ophalen en verkoopt dat weer door aan andere goedgelovige
toeristen nét voor een heftige regenbui. Met enige inspanning lukt het
om de Isuzu weer veilig het asfalt op te krijgen. Onze stop voor een
bezoek aan het Tasmanian Devil Park wordt indrukwekkend als we zien hoe
de jonge mannetjes gevoerd worden met aangereden kangaroe. Wat een
agressie, zeg! We komen laat aan in een koud Hobart maar vinden
gelukkig toch nog een plaatsje op de 2e camping die we aandoen.
Hobart
10-2-2006
10 Februari wordt mijn dag! Ik ga met de bus naar de stad en bedenk me
dat het minstens 10 jaar geleden is dat ik in mijn eentje in een
onbekende stad in het buitenland ben geweest (nou ja buiten zaken dan).
Ik loop de eerste de beste kapper binnen en bingo ook waarschijnlijk de
duurste en de hipste. De middag geniet ik dwalend langs de haven, door
het St David Park en Salamanca Square. Wat een geweldig leuke stad zeg.
Salamanca Square is net zo Zuid-Europees als het klinkt; Dalí-achtige
fonteinen en kleine, oude, kleurig gemozaďekte binnenplaatsjes met de
leukste kneuterige winkeltjes. Er is zelfs een feeën winkel, waar ik roze
engelvleugeltjes voor mijn meisje scoor. Met Japans eten onder de arm
bus ik terug naar mijn schatjes. Heerlijk hoor zo'n dagje uit, maar ook
weer fijn om de blije gezichten te zien als ik terugkom. Je zal het niet
verwachten van deze onafhankelijke dame, maar inmiddels zijn we toch
gewend 24/7 bij elkaar te zijn.
<vorige pagina> <volgende pagina>