Het
hoogste fietspad ter wereld - Snowy Mountains -
24-12 t/m 30-12-2005
Niet zo'n
goed begin van het nieuwe jaar - Merimbula
1-1-2006
Het
hoogste fietspad ter wereld - Snowy Mountains -
24-12 t/m 30-12-2005
  
 Vast
niet, maar wél het hoogste fietspad van Australië, naar je raadt het al
de hoogste berg van Australië, Mount Kosciuszko op 2230 meter hoogte.
Voor Europese begrippen natuurlijk een lachertje, maar hier biken en
hiken is hélémáál te gek! We gillen van de kick en deze prestatie maakt
onze afgelopen luie dagen helemaal weer goed. We staan rond de kerst aan
het heerlijke serene bergmeer van Jindabyne op 1000 meter hoogte aan de
voet van de Snowy Mountain Region. We vieren low profile kerst met onze
Nederlandse buren (wonend in Brunei, yep Shell mensen) en hun kinderen.
We bakken pannenkoeken (nou ja zij dan, ik kies voor de magnetron) en de
kinderen gaan met elkaar in bad. Wij luieren, slapen uit, fietsen op een
prachtig aangelegd fietspad langs het meer van de camping naar het dorp
voor koffie en informatie over het gebied. We worden uitermate
uitgebreid geholpen als we onze ambitie overleggen om de hoogste top te bereiken
met een bijna 3-jarige. Vanaf de Charlotte pas is het 19 km op en neer
en vanaf Thredbo kunnen we met het kabelbaantje omhoog, maar dan is het
ook nog 11 km naar de top en terug. Ja, dat gaan we dus mooi niet redden
met Jackie op de rug. "Kunnen we ook fietsen?", vraag ik, denkende
'nooit geschoten, altijd mis'. Tot onze stomme verbazing is het antwoord
positief. De Summit walk vanaf Charlotte pas was vroeger een 'snelweg',
maar is uit veiligheidsoverwegingen gesloten voor verkeer, maar verhard
dus we kunnen 9 km omhoog zweten. De laatste 1 1/2 km is alleen te voet
te doen, maar dat is te overzien. Vol goede moed gooien we de wagen vol
eten en kopen we een pas voor 4 dagen Snowy Mountains region. Als we van
Jindabyne richting Charlotte pas rijden, zien we in de verte de sneeuw
al. Het is strakblauw en de lucht is knispervers, we krijgen instant
wintersportgevoel. Ik ben een beetje 'excited'. Zullen we de top halen?
Is het erg zwaar? En hoe zal Jackie zich houden? "Nou één voordeel, als
we het niet meer trekken dan draaien we om en 'downhillen' we gewoon
naar beneden", zegt Coert. We kunnen dus tot het gaatje. Het is druk met geparkeerde auto's (zal het dan eindelijk hoogseizoen worden?), maar
vanaf de Charlotte pas lopen verscheidene tracks dus we zien wel.
Gillend van plezier fietsen we de eerste kilometers. We komen enkele
wandelaars tegen en genieten van de prachtige vergezichten, beekjes,
sneeuw en alles staat in bloei. De weg is een mix van grevel, zand en
rotsen en best te doen. Jackie zet het op een huilen van al dat gebobbel
en maant ons terug naar de camper. Coert en ik kijken elkaar aan; 'ja,
mooi niet'. Ik paai Jackie met kinderkoekjes en bij een berghut rusten
we  even uit. Jackie wordt eindelijk enthousiast en wil zelf gaan lopen.
Na 100 meter realiseert ze zich pas hoe luxe haar zetel achterop de
fiets eigenlijk is. Gelukkig horen we haar de laatste kilometers niet
meer, zodat Coert zich kan concentreren. Hij moet hard trappen om de
fiets met 20 kilo stuiterbal achterop de berg op te krijgen. Boven
gekomen zijn we eigenlijk te moe om de laatste km's nog te hiken naar de
absolute top. We zien halverwege wel kinderen spelen in de sneeuw, nou
vooruit dan maar, nog een heel klein stukje dan. Jackie wil natuurlijk
zelf lopen (er lopen vanaf dat punt ook meer kinderen die vanaf Thredbo
zijn gekomen). En dan hebben we allemaal de smaak zo te pakken dat we
toch maar even naar de top huppelen. We zijn eigenlijk best een beetje
trots dat we het gehaald hebben. Naar beneden is natuurlijk een makkie
en we denderen hard remmend in 30 minuten weer terug naar de camper. We
voelen ons als koningen zo rijk op de fiets als we alle getrainde hikers
inhalen. Ze doen het helemaal zo gek nog niet, onze goedkope K-mart
mountainbikes. We geven ze een 'goed gedaan jochie' klopje, alsof het
vermoeide paarden zijn.
 Alle nachten in het park staan we op bushcampings. Als we 's avonds moe
naar voldaan onze kamperende buren een koud glaasje witte wijn aanbieden
(terwijl Jackie marshmallows warmt in het vuur met hun zoontjes)
accepteren ze deze als een gulle gift. Lang leve onze koelkast en
zonnepanelen. De volgende dag willen we Mnt Kosciuszko toch ook nog
graag van de andere kant bewonderen en besluiten in Thredbo met de
stoeltjeslift weer naar boven te gaan. Het waait daar zo hard dat we erg
blij zijn dat we gisteren onze fietstocht ondernomen hebben. Thredbo
blijkt een erg gezellig houten ski-oord en we genieten van koffie op het
terras. Ik heb zo'n vermoeden dat het hier Oostenrijks gezellig is in de
winter. 's Avonds wassen we ons in de snelstromende rivier van Tom
Groggin en maken de blits met onze ijsjes bij de buurjongens. De
volgende dag rijden we via het hoogste plaatsje van Australië,
Cabramurra, de Snowy Mountains weer uit. Wat een supergaaf gebied en we
zeggen wel 10 keer stralend van de trots tegen elkaar, "Wat een gave
fietstocht!"
Niet
zo'n goed begin van het nieuwe jaar - Merimbula
1-1-2006
Het is 8 uur 's avonds 1 januari 2006. Terwijl om ons heen tientallen
tenten worden afgebroken op een overvolle camping, pak ik de pen om de
dag van me af te schrijven. Ook veel Australiërs zijn dusdanig
geschrokken dat ze hier niet langer willen blijven en vanavond nog naar
huis vertrekken. Het is hoogseizoen en we staan in Merimbula, hét
vakantiedorp van het Zuiden van Australië (met name veel mensen uit
Melbourne). Elke vierkante meter is bezet met uitvouwcaravans, 4x4
auto's en boten op aanhangers en wij hadden de laatste powered site.
Vanmorgen begon het zoals het hoort op 1 januari, lekker loom.
Gisteravond was erg gezellig en we vieren Oudejaarsavond in een park aan
zee. Vanwege de 'total fire ban' (extreem brandgevaar) en het feit dat
vuurwerk sowieso illegaal is in New South Wales, wordt er vanaf een
ponton in zee vuurwerk afgestoken. Met een paar honderd vakantiegangers
en locals genieten we van een ontspannen avond en het vuurwerk. Er wordt
niet hard afgeteld of afgezoend, maar het is al met al gezellig. Uren
speelt Jackie in de slaapzak van het buurmeisje in de buitenlucht. Jackie
valt natuurlijk om 5 voor twaalf als een blok in slaap. We worden een
beetje brak wakker en zitten uren binnen in de airco te ontbijten en met
Nederland te bellen, waar het net twaalf uur is. Heel geestig heb ik
Eline, Josette en Marja aan de lijn die op het dakterras in skikleding
een 'apres ski feest' hebben. Het verschil kan niet groter zijn, want
als ik naar buiten loop voel ik de enorme hitte eigenlijk pas. Er is een
harde Noord-Wester wind die alle warmte uit het binnenland meeneemt en
het voelt als een hete föhn. Als we naar het zwembad lopen krijg ik de
slappe lach van de hitte en de situatie. Hutje, mutje, schouder aan
schouder zitten zeker 100 campinggasten op de rand van het zwembad of in
het zwembad om verkoeling te zoeken. "This is our hottest new years day",
grap ik nog. "Ours too", antwoordt een Australiër me "and probably the
hottest day ever". Later blijkt dat het de heetste dag is sinds 1939, in
heel New South Wales van Sydney tot in het zuiden, waar wij zitten, is
het ruim 450C !!!!!!!!!!!!!!
Ineens zien we uit het niets een steekvlam van de camping komen en
binnen 1 seconde staat er een hele rij bomen in vlam. "O My God fire!", roept mijn
buurvrouw geschrokken. In paniek grijpen alle Australiërs hun kinderen
en beginnen naar hun tenten te rennen. Coert en ik kijken elkaar aan en
er schiet van alles door ons hoofd. Jackie zit nog als enige
nietsvermoedend lekker in het zwembad. "Rennen", roept Coert en we grijpen Jackie en zijn binnen 1 minuut bij onze camper. Lichtelijk in paniek
gooien we al onze spullen in de camper en Coert commandeert alsof we in
oorlogsgebied zijn. Ik zet Jackie vast in de kinderstoel en maak een
fles melk, maar Jackie blijft heel rustig en zegt "stout vuurtje, vuur
moet uit". Ik roep alsmaar 'rustig blijven, rustig blijven', meer tegen
mezelf dan tegen Coert. De adrenaline giert door mijn lijf. Ik maan
Coert om zich heen te kijken. De Australiërs proberen de bomen (underbush
blijkt later, en je raadt het al niets zo brandlustig als onderbush) aan
onze kant nat te houden. In Rome do as the Romans, toch? Coert pakt ook
onze waterslang en helpt mee, maar als er een steekvlam vlak achter de
bomen omhoog schiet, wordt de grond letterlijk te heet onder onze
voeten. We kunnen niet meer inschatten of de hitte die we voelen van het
vuur is of vanwege de extreem hete dag. We hebben ook geen idee hoe ver
het vuur nog van onze camper verwijderd is (we staan pal aan de
boomrand). Is het 10 meter, 50 meter, 200 meter? "Wegwezen!, nu!" besluit
Coert vaardig en we springen in de camper om weg te rijden. Ook andere
Australiërs, die tot nu toe erg relaxed alles hadden gade geslagen,
gooien koffers in de auto en rijden hun boten en auto's de camping af.
Als we langs de receptie rijden zien we dat het personeel computers naar
buiten tilt. So far voor een evacuatie plan, denk ik nog. Als we
wegrijden en een politieman vragend aankijken wat te doen, roept hij
"wegwezen, het is raar dat de camping nog niet geëvacueerd is, als de
wind draait ligt de hele camping binnen 30 seconde in het as". Oeps,
zoiets dachten wij ook al, maar veel Australiërs blijven gewoon op de
camping. Waarschijnlijk is een tent in de brand verliezen niet zo erg,
maar onze camper, ons huis voor het komend jaar, dat zal ons toch écht
niet gebeuren op 1 januari (of op elke andere dag van het jaar).
Natuurlijk stoppen we nog even op veilige afstand voor een paar foto's
(geldt echter niet als ramptoerisme want we zijn zelf slachtoffer,
vinden we). We parkeren de camper aan de andere kant van het dorp en
kunnen na een telefoontje om 16.00 uur de camping weer op (er is
uiteindelijk toch geëvacueerd). Verdwaasd loopt iedereen langs de plek
des onheils en schudt in ongeloof zijn hoofd. Wat is het dichtbij
geweest en wat hebben we allemaal geluk gehad. Brandweer en politie is
nog druk in de weer. De oorzaak van de brand blijkt een koelkast, die
door de extreme hitte is ontploft. Precies langs de camping rand is
alles afgefikt, zelfs het houten hek. Gelukkig heeft de wind het vuur
meegenomen richting zee en het schiereiland op en alhoewel het vuur pas
na 3 km onder controle was, zijn er geen huizen verloren en is niemand
gewond (op 7 brandweermannen na die behandeld worden voor heat stress,
geen flauw idee wat dat is maar vast niet fijn). Ik ben redelijk onder
de indruk en de hele avond is iedereen met elkaar in gesprek om het te
verwerken. Blijkbaar waren ouders hun kinderen kwijt en andersom, dus de
schrik zat er goed in. We besluiten, als goede Nederlander betaamd, de
betaalde nacht (a 65 dollar) toch maar te blijven. Het brandt nog in de
verte als de avond valt, maar dat blijken backfires die de brandweer
zelf aansteekt om het vuur te doven. Hoe paradoxaal klinkt dat, welcome
in Australia. De hele avond rijden er nog politie auto's en ambulances
over de camping voor nazorg, maar mijn nazorg komt uit de hemel. Terwijl
ik dit schrijf begint het te tikken op het dak van de camper...thank
God....het regent.......    De volgende dag koppen de kranten 'Inferno in paradise' en 'Firestorms'.
Er blijken alleen al in New South Wales 44 branden gewoed te hebben. Die
van ons was overigens een klein brandje, dat je het maar weet. De brand
bij Sydney had een snelheid van 80 km per uur. Brrrr. Bij ons op de
camping is het vuur ook nog steeds gesprek van de dag. 'Je hebt in ieder
geval een aardig verhaal voor het thuisfront', weet mijn buurvrouw in
het toiletgebouw me te melden. Ik kijk haar aan met een blik van I'm NOT
amused. Wat een bizarre surrealistische nieuwjaarsdag; de extreme hitte,
het vuur, de windrichting die onze camper en de camping redt. Achteraf
blijkt het vuur slechts 30 meter van ons verwijderd geweest te
zijn........ (maar pa en ma, maak je geen zorgen hoor, lekker slapen
vannacht, verder zijn we echt hééél voorzichtig).
<vorige pagina>
<volgende pagina> |